donderdag 5 juni 2014

HR 13 Culturele Antropologie

Wanneer we kijken naar de invloed van religie op ons als subgroep, zien we dat er grote verschillen zijn. De een is aanhanger van de islam, de ander protestant en de ander katholiek. Maar zijn deze personen ook echt aanhanger van dit geloof? Wanneer we kijken naar ons zelf zien we dat we het van thuis uit mee gekregen hebben maar zelf niet meer actief aanhangen. We gaan alleen bij hoge uitzondering naar de kerk of moskee en bidden voor het eten of slapen gaan is er ook niet meer bij. Natuurlijk zijn er nog verschillen binnen onze subgroep in welke mate we het geloof aanhangen en of we een geloof aanhangen, maar in grote lijnen zien we dat het geen grote rol meer speelt in ons leven.

Daaruit blijkt al dat het geloof in onze generatie een andere rol speelt dan wanneer we kijken naar de generatie van onze ouders en nog duidelijker, opa’s en oma’s. In deze tijd was er dus ook een grote sociale controle, iets dat bij het geloof hoorde. Mensen letten op elkaar maar zorgde ook voor elkaar. De sociale cohesie was in veel grotere mate aanwezig dan wanneer je kijkt naar onze generatie, waar het geloof in mindere mate een rol speelt.


Dit principe speelt ook een rol bij onze doelgroep. Doordat het geloof niet meer actief een rol speelt in de gemiddelde dagindeling van de mens, is er ook sprake van een afname van de sociale cohesie. Dit is voor de doelgroep merkbaar in de interesse vanuit de omgeving. Ze zijn veel meer op zichzelf gericht en hun leven is dus veel individueler ingericht. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten